Op een gegeven moment merk je dat een fles niet meer helemaal past. Je kind wil zelf proberen, kijkt mee als jij drinkt of heeft gewoon minder geduld voor de vertrouwde manier van drinken.
Je gaat zoeken, maar waar begin je eigenlijk? Want ineens zijn er allerlei opties: een tuitbeker, een rietjesbeker, een 360 graden beker… en allemaal werken ze net even anders.
Het helpt om te weten dat er niet één juiste keuze is. Wat werkt, verschilt per kind. Soms is het even zoeken.
Het begint vaak met iets vertrouwds
Veel ouders beginnen met een tuitbeker. Niet zo gek, want die lijkt nog het meest op een fles.
Je kind kantelt de beker en zuigt aan de tuit, waardoor het drinken eruit komt. De beweging is herkenbaar en dat maakt de overstap vaak wat kleiner. Zeker rond de 6 maanden, wanneer je begint met oefenen naast de fles of borstvoeding.
Een beker zoals de Dr. Brown’s trainingsbeker sluit daar goed op aan. De zachte tuit voelt prettig aan en vraagt niet meteen iets heel nieuws van je kind.
Voor veel kinderen is dit een fijne eerste kennismaking met drinken uit een beker.
Een rietjesbeker vraagt net iets meer
Na die eerste stap zie je vaak dat kinderen nieuwsgieriger worden. Ze willen zelf proberen, zelf ontdekken.
Een rietjesbeker past daar goed bij. In plaats van kantelen, moet je kind actief zuigen om het drinken omhoog te krijgen. Dat is even wennen, maar als ze het doorhebben, gaat het vaak snel. Meestal zie je dit rond de 6 tot 9 maanden ontstaan, maar ook hier geldt: het verschilt per kind.
De Dr. Brown’s baby’s eerste rietjesbeker helpt bij die stap. Door het zachte rietje en het lichte ontwerp is het makkelijker om het drinken onder controle te krijgen.
Wat veel ouders merken, is dat een rietjesbeker ook praktisch is. Je kind hoeft de beker niet omhoog te kantelen, omdat het drinken via het rietje naar boven komt. Daardoor blijft de beker rechtop en lekt hij minder snel.
Drinken uit een 360 graden beker
Op een gegeven moment zie je dat je kind meer wil meedoen. Zelf drinken, zoals jij dat doet.
Daar komt de 360 graden beker in beeld. Deze beker heeft geen tuit of rietje, maar een drinkrand rondom de beker. Je kind drinkt door met de lippen druk te geven op die rand, waarna er een kleine hoeveelheid drinken vrijkomt.
Omdat je kind van alle kanten kan drinken, lijkt het meer op een gewone beker. Tegelijk voorkomt het systeem dat de beker meteen lekt als hij omvalt.
Dat vraagt wat meer controle, dus vaak zie je deze stap rond de 9 maanden of later.
De Dr. Brown’s Straw to 360 cup set is handig als je nog aan het ontdekken bent. Je kunt beginnen met een rietje en later overstappen naar de 360 graden beker. Zo hoef je niet meteen opnieuw iets te kiezen, een duurzame keuze.
Wat maakt het verschil tussen deze bekers?
Het grootste verschil zit in hoe je kind drinkt.
- Bij een tuitbeker blijft het nog dicht bij de fles.
- Bij een rietjesbeker moet je kind actief zuigen.
- Bij een 360 graden beker drinkt je kind vanaf de rand, zoals bij een gewone beker.
Elke stap vraagt iets meer controle en zelfstandigheid.
Wat past bij jouw kind?
Dat is eigenlijk de enige vraag die ertoe doet.
Heeft je kind nog behoefte aan iets vertrouwds? Dan is een tuitbeker vaak een fijne start.
Wil je kind vooral zelf proberen? Dan kan een rietjesbeker goed werken.
En merk je dat je kind al verder is en graag meedoet? Dan past een 360 graden beker vaak beter.
En soms werkt iets gewoon niet. Dat hoort er ook bij.
Merk je trouwens dat je kind moeite heeft met drinken, ongeacht de beker die je gebruikt? In onze blog over mijn kind wil niet drinken lees je waar dat vandaan kan komen en hoe je daar rustig mee om kunt gaan.
